The Bear That Wasn’t

“Als ik eindig met vier dozen platen in mijn kelder, dan is dat zo”

The Bear that Wasn’t brengt breekbare Engelstalige fluistermuziek om bij weg te soezen. Alleen op zijn gitaar of in zijn nieuw samengestelde band, Nils Verresen brengt zijn muziek altijd even menselijk en pakkend. Zijn eerste album And so it is Morning Dew is een mooi begin.

Nils Verresen fietst momenteel België af, zonder geld. Iedere avond slaapt hij in een ander huis, bij andere mensen, met andere verhalen. In ruil voor hun gastvrijheid geeft hij een klein optreden weg of neemt hij klusjes in en rond het huis op zich. Het gebeurt niet sporadisch dat mensen hem andere dingen vragen, zoals optreden in de sporthal voor een lagere school. Nils blijft hier kalm onder en vindt het leuk. “Mensen brengen dat op een bepaalde manier aan. Meestal heel subtiel, dat vind ik interessant. Ze zeggen dan iets als: ‘zet u maar rustig neer, ja, we zijn nog aan het verbouwen, ge moet niet meehelpen hoor’. Maar als je er eenmaal bent, dan stel je toch voor of je kan mee helpen. Ik voel mij helemaal niet verplicht om dat te doen, en moest ik willen, ik zou er vanonder kunnen muizen, maar dat doe ik niet. Ik vind het leuk dat ik iets voor die mensen terug kan doen. Mensen stellen hun huizen voor mij open, ik krijg een slaapplaats en eten, dus vind ik het niet abnormaal om iets terug te doen.”
“Soms gebeurt het ook dat ik voor een hele school moet spelen. Ik heb al voor 100 man gespeeld, maar ook voor 1 iemand. Ik maak er geen onderscheid tussen. Het zijn beide geen ideale situaties, als je dan in zo’n schooltje met 100 kinderen terecht komt zonder versterking, het komt niet goed over. Maar dan is dat gewoon verstand op nul. Ik speel mijn nummers zo goed als ik kan, en als dat niet super is, dan is dat zo. Maar dan kan ik wel zeggen dat ik voor 100 kindjes gespeeld heb zonder versterking.” (lacht)

Je trekt een jaar rond zonder geld, lukt dat?
“Dat lukt heel goed. De bedoeling was inderdaad dat ik zou vertrekken zonder geld uit te geven. Maar je moet rekening houden met het feit dat ik alles met de fiets doe, ik heb al gezondigd tegen die “regel”. Het kan gebeuren dat er iets aan mijn fiets is, zoals een platte band. Maar dan ga ik meestal gewoon op straat muziek spelen tot ik geld genoeg heb om de platte band te betalen.  Af en toe bieden mensen mij ook geld aan, maar dat weiger ik altijd. Soms gebeurt het dat ik dan geld vind in mijn tas. Daar koop ik alleen noodzakelijke dingen van, zoals een nieuwe band. Dus als ik ’s ochtends bij mensen vertrek, en ik vind geld, dan ga ik daar ’s middags geen eten van kopen, maar wacht ik tot ik ’s avonds bij andere mensen ben.”

Met wat hou je je bezig overdag?
“Dat hangt er van af. Als mensen mij ’s morgen vroeg doorsturen  dan zoek ik ergens een mooi parkje uit en zet mij daar op een bankje. Ook in dit vriesweer, ik heb eens hele dag aan het kasteel van Wippelgem op een bankje gezeten, in de vrieskou. Het was daar erg mistig, dat was wat akelig. Ik lees dan een boek, maar  na enige tijd  beginnen mijn handen te trillen van de kou, dan wandel ik even rond, om terug warm te krijgen.”

Heb je nog slaapplek nodig?
“Ja, eigenlijk wel. Er zijn veel mensen lid geworden van mijn facebookgroep, maar dat wil niet zeggen dat ze me allemaal plaats aanbieden, sommigen laten ook gewoon niets meer van zich horen. Ik heb wel min of meer genoeg mensen, maar het is niet dat ik er geen meer kan gebruiken. Soms zoek ik ook mensen uit bepaalde gebieden. Anderzijds heb ik zoiets van: ik wil niet te veel oproepen doen, want ik wil ook geen mensen teleurstellen.”

Even over naar je muziek. Binnenkort breng je je eerste album uit, eerder werd je net niet geselecteerd voor Humo’s Rockrally. Heb je nu zoiets van: ‘in your face, Humo’?
“Goh, eigenlijk niet, ik zat al in de halve finale. Humo heeft redelijk wat vertrouwen in mij getoond. Ze schreven achteraf dat als ze elf bands mochten doorlaten, ik nummer elf zou zijn geweest. Ik heb daar eigenlijk niet aan mee gedaan als een serieuze muzikant, ik begon net, en was er nog niet klaar voor. Het is belachelijk Miss Belgium-achtig, maar ik heb mezelf niet ingeschreven. Toen werd ik plots geselecteerd, en tot mijn grote verbazing zat ik in de halve finale. En ik mocht optreden in de Vooruit in Gent! Maar als ik daar aan terug denk… Ik heb helemaal niet zo goed gespeeld, met mijn goedkope gitaar. Eigenlijk heb ik veel aan Humo te danken, ze hebben me een heleboel kansen gegeven. Dus in dat opzicht kan ik hen niets kwalijk nemen.”

Wat is volgens jou de beste song op je nieuwe album?
“Het beste liedje vind ik They are the Donutpeople, het liedje dat iedereen het slechtst vindt. Net omdat iedereen dat zo slecht vindt, vind ik het mooi. Liedjes zijn zoals kindjes: je hebt het voor het lelijkste kindje, ik heb het voor het lelijkste liedje. Na een tijdje leer je houden van dat lied.  Het is een leuk breekpunt. Het springt er tussen uit.” (lacht)

En wat vind je dan het slechtste nummer?
“Eigenlijk ook They are the Donutpeople. Ik heb er zowat een haat-liefde verhouding mee. Ik zou het nooit van het album gooien, ik heb het wel overwogen, maar ik heb het niet gedaan. Mensen zeiden me dat ik het er af moest halen, maar na tien keer luisteren vonden ze het toch goed. Je went er aan, ik hou wel van nummer waar een hoek van af is.”

Het is een lyrisch album geworden, met verschillende geluiden. Ook tussen de nummers hoor je geluidjes, wat is dat?
“Ik heb geluidjes van video’s van vroeger gebruikt om de liedjes aan elkaar te lijmen. Het geeft er een persoonlijke toets aan. Dat vind ik wel fijn. Het is totaal van de pot gerukt, maar het is leuk.”

Je muziek wordt af en toe eens vergeleken met de muziek van Death Cab For Cutie, Bon Iver en Badly Drawn Boy. Zijn dat rolmodellen voor jou, of word je er liever niet mee geassocieerd?
“Echt? Word ik daarmee vergeleken? Dat vind ik echt cool, er zijn ergere dingen om mee vergeleken te worden. Ik word altijd wat verlegen als mensen mij vergelijken met echt goede muzikanten.”

Je muziek is zeer fragiel en menselijk, geen voor de hand liggende keuze.
“Dat is waar, en het heeft ook zijn nadelen. Ik probeer mijn muziek live ook zo te brengen, maar dat is niet simpel, niet alle mensen zijn er voor. Ik heb nu al schrik voor festivals. Dat verreist een andere aanpak. Ik speel nu in kleine zalen en clubs. Maar ik werk vaak met dynamiekverschillen, dus er zijn heel stille momenten en dat is moeilijk als je met heel veel mensen buiten moet spelen. Ik zal moeten toegeven, je kan moeilijk vragen aan de mensen om stil te zijn.”(lacht)

Wie zijn je muzikale voorbeelden?
“Mijn “voorbeelden” is veel gezegd, ik kan zeggen wie mijn helden zijn. Het probleem is dat je je helden nooit als je voorbeelden wil nemen, maar Elliot Smith en Sufjan Stevens, daar heb ik veel naartoe geluisterd. Veel muzikanten in het algemeen van verschillende genres. Maar ik ben iemand die belang hecht aan teksten. Ik vind de boodschap in teksten belangrijk. Ik kan niet luisteren naar een plaat zonder tekst. Bright Eyes bijvoorbeeld, daar kon ik eerst niet naartoe luisteren, ik vond dat gewoon lawaai, maar na verloop van tijd leer je dat wel appreciëren. Sommige nummers van hem (nvdr: Conor Oberst) zijn solo en akoestisch, dat vind ik dan echt mooi. Tekst is belangrijk voor mij, initieel misschien niet, maar op lange termijn wel.”

Je hebt lange tijd de media van je afgehouden, hoe komt het dat je nu plots toenadering zoekt, enkel om je album te promoten?
“Ik heb inderdaad de media afgehouden, en als het aan mij zou liggen zou ik dat nog steeds doen. In een ideale wereld zouden die twee gescheiden zijn, maar ik snap wel dat dat niet kan. Het hoort er bij.”

Je hebt je studies als bio-ingenieur afgerond en wil nu echt muziek maken, waarom?
“Muziek was nooit een bewuste keuze. Ik had die liedjes al geschreven, maar ik wou een jaar rondtrekken. Ik had zoiets van; als ik nu nog een jaar wacht ga ik die liedjes niet meer willen uitbrengen. Als ik ooit in mijn leven een plaat wou maken, dan moest het nu zijn. Dus dat heb ik dan gedaan, maar stel je daar niet te veel bij voor. Als ik uiteindelijk eindig met vier dozen platen in mijn kelder, dan is dat zo. Het heeft wel wat geld gekost, maar ik ben niet geruïneerd. Het risico is relatief.”

Waarom koos je voor de naam ‘The Bear That Wasn’t’, een kinderverhaaltje uit 1967?
“ Ik vond het een leuk verhaaltje. Het heeft een mooie betekenis. Ik wou graag iets nemen dat te maken had met een kinderboek. Het is een leuk kinderboek, maar het heeft ook een diepere betekenis. Er zijn thesissen geschreven over de maatschappij beschreven in dit verhaaltje. Mensen hebben mij het afgeraden om deze naam te gebruiken omdat het niet makkelijk is, maar ik heb toch mijn zin gedaan. Het is een naam die als men ze ene keer gehoord heeft, niet vergeet, en het valt ook op op affiches!”(lacht)

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s